Cohousing of co-housing is een Engelse term die staat voor een alternatieve woonvorm waarbij een groep bewoners ieder een individuele woonruimte bezitten en daarnaast gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen. Denk aan een ruimte om de was te doen, een gezamenlijke tuin of centrale ontmoetingsruimte. De wooneenheden kunnen verhuurd of verkocht worden. In Nederland is het begrip cohousing minder bekend dan in België waar het vaker gebruikt wordt om gedeeld wonen te beschrijven. Hoe cohousing werkt en wat de voor- en nadelen zijn van centraal wonen kun je op deze pagina lezen.

Wat is cohousing?

Bij cohousing hebben bewoners een eigen plek om te wonen. Daarnaast zijn er diverse faciliteiten die gedeeld zijn. De bewoners hebben zo voldoende privacy terwijl er ook momenten zijn dat ze met elkaar in contact komen. Omdat er behoorlijk wat interactie bestaat binnen deze leefgemeenschappen is het van belang dat bewoners op elkaar afgestemd zijn. Dit kan zijn in termen van leeftijd of leefwijze maar ook juist in een diverse samenstelling om zo elkaar aan te vullen en te versterken. In Nederland zijn er ruim 300 cohousing gemeenschappen waarvan veruit het grootste deel gericht is op senioren. Naast de vraag “wat is gedeeld wonen?” is het wellicht interessant om even naar de oorsprong van centraal wonen te kijken.

Waar komt cohousing vandaan?

De basis voor het huidige concept van gedeeld of centraal wonen ligt in Denemarken, waar in de jaren zestig het cohousing concept vorm kreeg. Toch is het idee van zelfstandig wonen en faciliteiten delen veel ouder. In de jaren twintig van de vorige eeuw werden er in New York bijvoorbeeld appartementencomplexen gebouwd waarbij er veel sociale interactie bestond. Denk aan een gezamenlijke wasruimte waar mensen gebruik konden maken van een wasmachine of waslijn.

Naast besparing van kosten en ruimte werden bewoners zo aangezet tot sociale interactie. Ook in studentenhuizen worden toiletten, badkamers en keukens gedeeld door bewoners. De basis voor cohousing zoals dit nu doorgaans wordt toegepast ligt echter in Denemarken.

Een groep huishoudens was niet tevreden met de standaard gemeenschappen, er was een gebrek aan sociale controle. Een artikel van Bodil Graae getiteld “Kinderen Zouden Honderd Ouders Moeten Hebben” zou een groep van vijftig gezinnen motiveren om een woongemeenschap met centraal wonen als uitgangspunt in te richten. Dit zou in 1967 leiden tot twee cohousing gemeenschappen die gebaseerd waren op leefgemeenschappen in de Verenigde Staten. Nederland zou in 1969 volgen met een eerste cohousing project. Ook hier zou een artikel in de krant de aanleiding zijn tot het opzetten van een gedeeld wonen project. De vraag was naar een wooneenheid met:

  • Centrale keuken
  • Eetzaal
  • Wasserij
  • Kindercrèche
  • Studieruimte
  • Gedeelde logeerkamers
  • Kleine wooneenheden

Ieder huishouden zou daarbij een eigen woonkamer, enkele slaapkamers, een kleine keuken, douche en toilet moeten bezitten. Dit project zou moeizaam op gang komen tot in 1977 uiteindelijk de eerste cohousing locatie geïntroduceerd werd.

Wil je graag weten voor welk bedrag jouw woning nu verkocht zou kunnen worden? klik hier

Wat maakt cohousing uniek?

Een verschil met cohousing en andere complexen waar gedeelde faciliteiten bestaan is de inspraak van bewoners vanaf het eerste moment. Denk aan het kiezen van een locatie, de indeling van de ruimte en de bouwstijl van de huizen. Er is veel onderlinge communicatie tussen bewoners van het eerste uur. Bij verhuizing en nieuwe bewoners is deze keuzevrijheid uiteraard niet aanwezig, bewoners hebben wel inspraak bij de keuze van kandidaten omdat de sociale cohesie behouden moet blijven. Hoe werkt cohousing in de praktijk? En belangrijker nog; zijn er naast de voordelen ook minpunten te benoemen?

Hoe werkt cohousing in de praktijk?

Met name de eerste cohousing projecten waren opgezet vanuit een gedeelde filosofie en niet zozeer leeftijd. Zo waren er religieuze gemeenschappen of groepen die op zoek waren naar een band met de natuur. De saamhorigheid binnen de gemeenschap kon zich wel uiten als wantrouwen tegenover de buitenwereld. Zo ligt het gevaar van sekte vorming op de loer. Als er geen democratisch uitgangspunt bestaat en één persoon zich als leider profileert dan kan gedeeld wonen tot grote problemen leiden.

Denk aan Jonestown in de Verenigde Staten, een gemeenschap onder leiding van Jim Jones. Hij zou een groot deel van zijn sekte aanzetten tot zelfdoding. Meer recent zou journalist Kees van der Spek voormalig reality-televisie ster Addy van W. ontmaskeren die in Portugal voor veel geld land verkocht aan mensen in Nederland. Zonder een democratische grondslag kan het concept cohousing averechts werken.

Cohousing Nederland

In Nederland wordt cohousing voornamelijk geassocieerd met gedeeld wonen gericht op senioren. Deze bewoners willen graag zelfstandig wonen maar hebben behoefte aan sociaal contact en geborgenheid. Zo kan er een centrale tuin ingericht worden die af te sluiten is voor buitenstaanders. Of er is een gemeenschappelijke ruimte om activiteiten te organiseren waarbij mogelijk ook de omgeving wordt betrokken. Naast meer woongenot voor senioren levert dit ook praktische voordelen op voor zorgverleners. Senioren met een zorgvraag wonen hier centraal maar toch zelfstandig.

Een andere vorm van cohousing binnen de zorg is een collectieve samenwerking van ouders met kinderen die een beperking hebben. Denk aan personen met een (licht) verstandelijke of meervoudige beperking die te oud zijn om bij hun ouders te wonen maar niet in staat zijn om geheel zelfstandig te leven. Door het PGB collectief te gebruiken is het mogelijk om een woongemeenschap in te richten met zelfstandige woonruimte met tegelijkertijd het voordeel van centraal wonen. Er is sprake van een sterke band tussen bewoners en er kan een beroep worden gedaan op centrale zorgverlening.

Wat is gedeeld wonen?

Het mag duidelijk zijn dat er geen eenduidige definitie van cohousing bestaat. Ook binnen het Deense model is er veel ruimte voor maatwerk, de vrijheid in keuze is zelfs een basisvoorwaarde bij centraal wonen. In de praktijk hebben zorginstellingen en vastgoed investeerders het concept verpakt in een vorm waarbij er een centrale sturing bestaat met diverse keuzemogelijkheden voor bewoners. Uiteindelijk is het lastig om gezamenlijk een leefgemeenschap in te richten met een duurzaam karakter.

Mensen kunnen van gedachten veranderen of andere behoeften hebben dan voorheen. De woningen blijven staan en er komen nieuwe bewoners die geen inspraak hebben gehad bij de inrichting van het geheel. Cohousing is uiteindelijk een vorm van zelfstandig wonen binnen een groep waarbij een aantal faciliteiten worden gedeeld en onderhouden.